Vlak achter station Sloterdijk, tussen autodealers, Indiase kledingoutlets en een als apotheek ogende coffeeshop, heeft theatergroep De Warme Winkel een eigen vergader- en repeteerruimte. Toen ik er binnenliep op een zonnige, stille winterdag, waren twee jonge mannen geconcentreerd bezig met een grote machine, die bij navraag ontworpen bleek om eieren in de bekende kartonnen doosjes te doen, maar hier was getransformeerd in een reusachtig muziekinstrument ten behoeve van een voorstelling. Terwijl ik Vincent Rietveld begroette en met hem een kop koffie en een stoel zocht in het aanpalende kantoor, was te horen dat de eierinpakmachine al aardig in staat was verrassend vrolijke en swingende geluiden voort te brengen.

Er is in het kantoor van verwarming niets te merken. We houden onze jassen aan. Vincent omklemt de koffiebeker met beide handen.

‘Dit stuk, Met voorbedachte rade, is het sluitstuk van een drieluik. De aardse wereld wordt traditioneel in het midden afgebeeld, en aan weerszijden zie je dan de hemel en de hel. En deze drie voorstellingen zijn allemaal, ja, een reactie op het verpletterende besef van de gevolgen van de klimaatcrisis en de overbevolking. Of vooral op de machteloosheid waardoor we worden overmand. Ik weet niet hoe het met jou zit, maar de oproep om korter te douchen, afval te scheiden en te sparen voor zonnepanelen kan me razend maken. Hij wordt gedaan door mensen die medeverantwoordelijk zijn voor de echte grote oorzaken van alle ellende. De investeringen in olie- en gasbedrijven, zware industrie en mijnbouw, de verwoesting van oerbossen voor sojavelden om hamburgers te kunnen maken. Het is een smerige leugen dat wij als individuen door een beetje anders te winkelen de overstromingen, orkanen, zeespiegelstijging en het grote uitsterven kunnen afwenden. De vraag is: hoe stel je je dan als individu op?

‘Goed, we maakten eerst een voorstelling over de wereldvreemde reactie op die verlammende onmacht, en dat is de vlucht in een fantasie. Het idee om te excelleren, en zo in een soort hemel terecht te komen. Vincent Rietveld gaat voor de Louis d’Or. Dat was een luchtige voorstelling. Het middendeel was het meest serieuze, dat was een onderzoek naar ascese als antwoord op onmacht. Die voorstelling heette Afscheidstournee en ging om het consequent en radicaal aanpassen van je gedrag aan de eisen die de klimaatcrisis stelt. Op die tournee reisden we met de fiets, overnachtten we bij kennissen en publiek, en was alles, van kleding, set dressing tot voedsel, afgestemd op de vraag hoe we zo min mogelijk medeverantwoordelijk konden zijn voor de klimaatverandering. Je snapt, dit derde deel, Met voorbedachte rade, moest de hel verbeelden. Moord als antwoord op oude onmacht.’

Na een slok koffie kijkt hij me glimlachend aan: ‘Maar dat wil niet zeggen dat het een deprimerende voorstelling is. Juist niet! Dit is de meest kolderieke voorstelling van de drie.’

Lotte Schröder

Te veel is te veel

Als ik anderhalf uur later door de zon naar huis fiets is me duidelijk geworden dat de hel een jolige variétéshow is, waar een komiek en zijn twee assistentes op een onderhoudende manier een gedachte-experiment doen. Althans dat zeggen ze zelf. De vraag die de komiek beantwoorden wil is: als er te veel mensen op de wereld zijn en oorlogen en natuurrampen onvoldoende in staat zijn om die overbevolking af te remmen, wie komen er dan als eerste in aanmerking te worden omgebracht ten dienste van het algemeen belang? Moord met voorbedachten rade als antwoord op de verlammende onmacht waarmee de klimaatcrisis ons doorgaans gijzelt. Een misdaad om het goede te doen en de wereld te redden.

Gevat, onredelijk en in overrompelend tempo, zoals het goede satire betaamt, davert de show over het publiek heen, zo stel ik me dit eerste deel voor, als ik via een Zoom-meeting de eerste lezing van het stuk volg. De mensen die kostuums, muziek, decor en productie voor de voorstelling gaan doen kijken mee. Net als de adviseurs op het gebied van regie en script.

Vincent en zijn assistenten, gespeeld door Mirthe Labree en Anne-Chris Schulting, jongleren met onmogelijke vergelijkingen tussen mensencategorieën die dood zouden moeten, er is een lofzang op Raskolnikov, die ten minste de daad bij het woord voegde, en het woord ethiek wordt gereduceerd tot een geluid dat klinkt als een Italiaanse tegelsoort voor de badkamer. De hamvraag is en blijft: wie dan?

Dat gaat zo.

De assistentes 1 en 2 zingen een nieuwsbericht na waarin de Colombiaanse autoriteiten in hun maag zitten met de nijlpaarden die Pablo Escobar in zijn dierentuin hield. Ze zijn ontsnapt en verpesten en verstoren het milieu. Ze vallen mensen aan en vooral planten ze zich tegen de klippen op voort. Vangen en castreren of steriliseren is duur en gevaarlijk. Daarom oppert men het plan om de negentig nijlpaarden te beschieten met pijltjes waarin anticonceptie zit.

Vincent: ‘Voor mij zijn vrouwen en nijlpaarden echt twee verschillende dingen. En moord spreekt ook meer tot de verbeelding dan pijltjes. Dus een heteroseksuele vruchtbare jonge vrouw met een airconditioner.’

De assistentes zingen: ’Wiedan wieden wie dan wie dan?’

Vincent: ‘En cultureel gezien? We komen er niet onderuit toe te geven dat het ene leven wel degelijk meer waard is dan het andere. Vervuiling is één. Maar overbodige vervuiling…’

De assistentes zingen: ’Wiedan, wieden, wie dan wie dan?’

Vincent: ‘En rijk. Ondanks alle mooie praatjes neemt de footprint – van Canada tot China en van Tanzania tot Vianen – toe met je rijkdom. De ongelijk verdeelde mogelijkheid om te vervuilen. Bah. Zo’n industrieel, zo’n 1%-greenwashende-kapitaal-marionettige witteboordencrimineel. Heeft Ben van Beurden geen vruchtbare achterkleindochter?’

Vuile handen

Deze satirische vorm van klimaatrancune, die zichzelf ermee feliciteert dat ze zich op verboden terrein begeeft, put zichzelf uit. In deel twee geeft Vincent er de brui aan en spreekt hij zijn twijfel uit over het maken van activistische satire. Hij ziet zichzelf staan: ‘Grappig met gedachten te spelen. Als een impotente bejaarde met zijn schaamhaar. Gal te lekken uit de druiper van zijn amateurfilosofie.’

Zijn assistentes vinden juist dat hij goed bezig is, de show heeft een belangwekkende boodschap. Die biedt zelfs een verfrissend perspectief. Volgens de ene is het idee dat we onze medemens iets moeten aandoen om de mensheid vooruit te helpen nieuw.

‘Deze opofferingsgezindheid is nieuw. Sinds Abraham zijn Izaäk wilde roosteren hebben zij dit niet meer gezien,’ beweert ze.

Vincents twijfel geldt niet alleen voor het vrijblijvende karakter van het theater over deze zaken, hij uit ook zijn wanhoop over zijn onmacht: ‘Ik walg van mezelf als ik Breivik-gedachten heb ter wille van het klimaat, het milieu. Ziek, ziek.’

Zijn assistenten hebben geen ontzag voor zijn sympathie voor geweldloos activisme tegen het verdorven systeem. Bezwaren tegen het gebruik van geweld voor de goede zaak zijn gewoon laf, vinden ze. Daarom is het concept om een dodenlijst op te stellen volgens hen zo goed. De Tweede Wereldoorlog werd gewonnen door zo veel mogelijk nazi’s dood te schieten, en met goede reden.

De tegenstelling tussen Vincent en zijn assistenten wordt groter en heviger. Hij pleit inmiddels voor een hoopgevend verhaal, dat ruimte laat voor menselijke emoties in het debat over wat er gedaan kan worden en door wie. Hij wil het niet alleen maar over ondergang en machteloosheid hebben. De assistentes gaan in wat ik maar een leninistische overdrive noem: de moraal moet overboord, ze roepen dat Vincent heldhaftig en vechtend ten onder moet gaan. Moordend en saboterend. Of nog beter: dat hij zich opoffert. Dat is pas een sprong voorbij het ‘alsof’ van de kunst en de satire, dat is de betekenisvolle daad bij het woord.

Strijdbare melancholie

Wie wil weten hoe het stuk verdergaat en hoe het met Vincent afloopt moet de voorstelling gaan zien. In mijn gesprekken met Vincent naar aanleiding van de voorstelling in wording draaide het om de kwellende vraag hoe je als individu een houding vindt ten opzichte van je kennis van en ontsteltenis over de kritieke toestand waarin de wereld zich bevindt. De onmacht die het wereldnieuws opwekt is onverdraaglijk. De oprechte behoefte iets tegen onrecht en klimaatcrisis te doen lijkt beroofd te worden van iedere politieke dimensie en verschrompelt tot lifestyledesign, ethisch consumeren en correct communiceren op sociale media. Die suggestie is een regelrechte belediging van zowel onze intelligentie als onze waardigheid als burgers van een democratische rechtsstaat.

In onze gesprekken verbaasde Vincent zich erover dat mijn benadering van de kwestie vooral in politieke termen was getoonzet. Voor hem waren de voorstellingen de uitkomst van de verwoede zoektocht naar een geloofwaardige persoonlijke stellingname, een soort evenwicht tussen kennis van de wereld en integer en effectief gedrag. Die balans leek gewoon onmogelijk, of absurd, was zijn conclusie. Daarom moest in het ‘helse’ deel van het drieluik het taboe op de amorele oplossing worden geschonden. Het is een fantasie zo oud als de mensheid: het droombeeld van de grote zuivering, de heilige oorlog die alle onrechtvaardigen opruimt, de executie van alle afwijkende, storende, vijandige elementen om de heelheid van het eigen wereldbeeld te garanderen. Daarna breekt het paradijs aan. Een apocalyptische impuls, ingegeven door een wereldomvattende, acute crisis.

Heb je het over overbevolking en een reinigende uitroeiing, dan roep je onmiddellijk het spook van de quasi-evolutionaire denkbeelden van fascisten en nazi’s op, die ook menscategorieën aanwezen die moesten verdwijnen om te wereld te redden. In de voorstelling wordt daaromheen gedanst. Er zijn een paar kleine pesterige verwijzingen naar, meer niet. Gelukkig maar, het is de olifant in de kamer en juist dat dreigend ongezegd blijven ervan maakt de voorstelling indringend. Zo wordt des te beter voelbaar hoe de kolderieke zigzagkoers die het denken van de personages volgt dicht in de buurt van zulke radicale en destructieve strategieën kan komen.

Wat het meest opvalt aan dit soort woeste satirische tirades, maar ook aan de plannen van ecoterroristen, jihadisten, neonazi’s en andere gewelddadige idealisten, is het wegvallen van wat je de menselijke beleving zou kunnen noemen. Die wordt ontkend en overschreeuwd. Juist de eigen angsten en twijfels, de wanhoop en onzekerheden worden met geweld en cynisme onderdrukt. In het stuk wordt het personage van Vincent door dat besef overvallen. Hij gelooft opeens niet meer dat het doel de middelen heiligt als die middelen geen ruimte laten voor verdriet, twijfel en behoefte aan hoop en verbinding.

Nadat het gezelschap het stuk gelezen had, werd er via Zoom nog kort nagepraat. Wat ik ervan vond, vroeg Vincent. Ik zei: ik blijf achter met het gevoel dat ik gekeken heb naar een pleidooi voor strijdbare melancholie. Een oproep tot onvermoeibare strijd voor een misschien wel verloren zaak, omdat die mensen samenbrengt en perspectief geeft op wat waarde heeft en wat beter kan.

Later dacht ik: ik heb ook gekeken naar een voorstelling die zonder het helemaal te beseffen zoekt naar wat politiek is, als het geen televisieprogramma, online newsfeed of sociaal medium is. Met voorbedachte rade is ook een grappige en wanhopige uiting van frustratie over het gemis van een alledaagse en constructieve connectie tussen de ellende in de wereld en de levensbeschouwing waarmee een gewoon mens zijn leven probeert te leiden. Daar is meer voor nodig dan media en meningen, of een schoon geweten en een eco-ascetische levensstijl. Als de doorsnee goedwillende burgers oog in oog met de grote crises van hun wereld gevoelig worden voor de verleiding van de terroristische, nazistische of leninistische logica waarin het doel de middelen heiligt, is de democratische rechtsstaat doodziek.

Oog in oog met een levensbedreigende crisis wordt de pijnlijke waarheid omtrent machtsverhoudingen, ongelijkheid en uitsluiting in een schril licht gezet. Een angstaanjagende en overweldigende werkelijkheid doemt op. En de vraag wat te doen – alleen en gezamenlijk – roept verwarring en angst op. Een afgrond, op de rand waarvan het apocalyptisch denken de kop opsteekt. Daarin is van oudsher wreedheid sterker dan wijsheid of empathie.

Ons politieke stelsel, de buitenparlementaire interactie met het politieke toneel en de sociale verhoudingen incluis, is een samenwerkingsvorm waarin al die extreem verschillende bevolkingsgroepen het gemeenschappelijk overleven, de veiligheid en bestaanszekerheid organiseren. Blijkbaar geloven we niet meer dat het systeem waarin we leven dat voor elkaar kan krijgen.

Wat is er nu voor nodig iets van dat geloof in wetten en gemeenschappelijke initiatieven terug te brengen? Misschien biedt de zoektocht naar antwoorden op die vraag, met alle imperfectie en melancholie die daarbij horen, een kansrijker perspectief om een klimaatcatastrofe af te wenden dan de optie als integere individualisten toe te zien hoe het recht van de sterkste zegeviert.

Vincent Rietveld is acteur, schrijver, regisseur en activist en een van de drijvende krachten achter theatergroep De Warme Winkel, waar De Gids al enige jaren op verschillende manieren mee samenwerkt. De vraag hoe het theater een bijdrage kan leveren aan de behandeling van het klimaatprobleem is steeds belangrijker geworden in zijn werk. Dit komt met name tot uiting in de door hem geschreven overbevolkingtrilogie.

Meer van deze auteur

Dirk van Weelden (1957) is schrijver en redacteur van De Gids. Hij debuteerde in 1987 samen met Martin Bril met Arbeidsvitaminen, daarna in 1989 solo met Tegenwoordigheid van geest. Hij schreef romans, novellen en bundels met essays en verhalen. Zijn recentste roman is Het laatste jaar (2013). Hij werkt aan een nieuwe roman.

Meer van deze auteur