Redactioneel
Het was 2018. Ik zat met mijn tante Susana en mijn neef Agustín aan de eettafel in Chacabuco, de geboorteplaats van mijn moeder. In de loop van ons gesprek merkte Susana op dat mijn Spaans de afgelopen maanden behoorlijk goed was geworden: af en toe klonk ik bijna als een echte Argentijn, zei ze, afgezien dan van mijn schattige r.
Het Spaans kent, dialectvarianten daargelaten, twee r-klanken. De eerste is de zogenaamde alveolaire triller [r], beter bekend als de rollende r, die ontstaat wanneer de tong een trillende beweging maakt tegen het richeltje van de bovenste tandkas. De tweede is de alveolaire tap [ɾ], waarbij de punt van de tong één keer tegen deze richel beweegt. Mijn r zat in mijn keel, het was een uvulaire triller [ʀ], en wanneer ik hem naar de voorkant van mijn mond probeerde te halen kwam ik niet verder dan een alveolaire approximant [ɹ].
Natuurlijk was ik me bewust van het feit dat mijn r niet deugde, maar vóór de opmerking van mijn tante had ik me niet gerealiseerd dat hij mij in alles wat ik zei aan het verraden was. Als een valse noot, zo stelde ik het me nu voor, stak hij zijn kop boven mijn zinnen uit. Ik wist dat mijn r fout was, maar ik kon dat zelf niet horen, net zoals ik wist hoe ik hem uit zou moeten spreken maar mijn tong daar niet toe kon bewegen. Licht obsessief begon ik YouTube-filmpjes te kijken met gedetailleerde fonologische analyses. Mijn favoriete kanaal, Ten Minute Spanish, stond vol video’s met titels als ‘Eliminating yod-coalescence from your Spanish pronunciation’, ‘Spanish hiatuses: part Ⅱ, how hiatuses resolve to diphthongs’, en natuurlijk ‘The best trilled [r] video yet!’.
De voornaamste les die ik uit deze video’s trok, was dat klanken en letters bijna niets met elkaar te maken hebben, en dat het cruciaal is om je van de arbitrariteit van hun relatie te doordringen als je een nieuwe taal in je mond wilt laten wonen. Zo is de eenvoudige Spaanse r, de alveolaire tap [ɾ], precies dezelfde klank als de Amerikaanse d of t in woorden als ‘metal’, ‘medal’, ‘latter’ en ‘ladder’. Het duurde lang voordat ik kon geloven dat dit echt waar was.
Het fonetische alfabet is een dappere, maar ook enigszins belachelijke poging om de fundamentele kloof tussen spraak en schrift te dichten. [r], [ɹ], [ɾ], [ʐ], [ʀ], [ʁ]: dit is een schrift dat probeert te doen alsof het geen schrift is, dat zich middels de vierkante haken boven de tekst uit probeert te tillen. Natuurlijk lukt dit niet: ik schrijf deze tekst, maar kan hem niet op de juiste manier voorlezen.
Het Koreaanse schrift, dat in de vijftiende eeuw werd ontworpen met als doel de geletterdheid van de bevolking te vergroten, doet een elegantere poging. De vormen van de medeklinkers zijn gebaseerd op de vorm die de spraakorganen aannemen wanneer ze worden uitgesproken: de ㄱ[k] is een tong die achter in de keel de luchtstroom blokkeert, de ㄴ[n] een tong die voor in de mond tegen het gehemelte drukt, de ㅁ[m] toont twee op elkaar gesloten lippen.
Onze hoofdletter R (voorheen een ‘P’, zoals nog steeds in het Griekse en Cyrillische alfabet) komt voort uit de afbeelding van een hoofd, omdat in Semitische talen het woord voor ‘hoofd’ met een /r/ begint. Fonologen maken gebruik van schematische dwarsdoorsnedes van het hoofd, waarin de positionering van de tong, de tanden, de lippen en het keelgat is weergegeven. Zo kun je goed zien dat de letter r in het Latijnse alfabet zowel kan verwijzen naar de klank van een tong die het gehemelte raakt als naar de klank van een tong die zich in de keel terugtrekt.
Als ik iemand vertel dat ik de [r] niet kan uitspreken, gebeurt er meestal het volgende: mijn gesprekspartner probeert het zelf, voelt na hoe zijn tong in de mond ligt, en zegt dan: Het is heel eenvoudig, je moet gewoon zó doen, kijk, met het puntje van je tong, en dan… Ik moet dan altijd denken aan het gedicht ‘Man & dolphin / mens & dolfijn’ van Hans Faverey. ‘Dolfijn, zeg eens bal. B/a/l: bal. Hé, dolfijn, zeg nou eens “bal”. Je moet “bal” zeggen, dolfijn. Hé, dolfijn: “bal”. Zeg nou eens: bal.’ Ik ben een dolfijn met de beste wil van de wereld, maar het lukt me niet.
Ook de YouTube-video’s hielpen me niet om de afstand tussen weten en kunnen te overbruggen. Alle dwarsdoorsnedes en anatomische termen ten spijt blijft het spreken een groot mysterie: we hebben onze taal niet geleerd door de beweging van onze tong te doorgronden, maar door de geluiden van anderen te imiteren, door klanken voort te brengen die overeenkomen met de klanken die we om ons heen horen, zonder dat we begrijpen of kunnen uitleggen hoe we dat doen.
Misschien lijkt het nog het meest op wat er gebeurt wanneer je een noot die iemand anders zingt probeert na te zingen. Voor sommige mensen kan het helpen om te weten hoe die noot heet en hoe de stembanden bij het voortbrengen ervan betrokken zijn, maar meestal zijn we iets aan het doen wat aan begrijpen voorbijgaat. Spreken is geen kwestie van weten. In mijn onvermogen om de [r] te produceren openbaart zich het mysterie van de spraak, het grote mysterie van het nadoen. ¶
r-aantal: 211

Sasha Anguelovskaia, R–Sonata (Deel 2), 2026
Essay
De (ai)R komt met een hoge prijs
Poëzie
We kwamen elkaar tegen en we brachten de klank voort
Poëzie
Gedichten
Beeld
Beeldbijdrage
Poëzie
hove r c r aft
Beeld
Beeldbijdrage
Essay
De r als sjibbolet
Essay
Ik heb mijn vaders stem
Essay
The Continental R
Polarisatie, oorlog en samenleven
Tribalisme en de kleine filosofe
Verhaal
Transcript van het gezegde in afwachting van het ongezegde
Poëzie
Gedichten
Essay
Limbo
Essay
Twijfelen over België
Poëzie
Blauwdruk
Essay
De ficties van Edward Said
Verhaal
Queen of Sales
Essay
Witte jas
Stripverhaal