Hoe zuiver willen wij zijn op de graat?

Het ontbrekende is overal ofschoon dat niet aldoor opvalt
als feit maar bijwijlen worden wij ’t gewaar in de vorm
van een allerlieflijkste roze­paars­schar­laken­parel­moer­ro­bijnen

avondgloedomhulling – rond strikt bijzakelijke dingen –

die onophoudelijk verstuift tot ’t asgrijs der momenten
waaruit gezochte verwachting of ‘verwarde smachting’
wegbleef of wegdreef. Maar aan welke windvang

bevindt zich, juist wanneer alles ervan afhangt, de graat
om zuiver op te willen zijn? Aan brosse wervelzuil bijvoorbeeld
van een vis – die zo bederflijk is. Je wilt haar, fris, gebaad

in geuren, zilt, oesterlijk, vaginaal, rein wellustig,
het goudzilveren kleedsel van schubben betovert
glad als een droom en even licht zwevend – fragiel, zei je?

Neem je altijd van die mooie woorden in de mond?
Vis eten is moord. Vis is gezond. Kun je onwetend van goed
en kwaad kwaad doen, goed doen, zonder bedoeling

of bedenking dagelijks voortbestaand? Vis moet zwemmen

in de zee van ieders wijngedrenkte balg. Vis moet eten om
niet te vallen van de graat. Leven is doodslag. Ben je, gevloekt
met een geweten, slecht zodra ongelukkig? Hoezo klinkt

merelzang, bij donker dat langzaam aangrauwt, naar
vergiffenis, hernomen onschuld? Hoop: de droom
van een wakker mens. Je hebt het ergens – waar ook weer –

gelezen. Paniek: de nachtmerrie van een slaapwandelaar,
dacht je zelf erachteraan. Waarom bedwelmt hemels kwelen
droomloos woelen om nijd, om verankerd gebrek?

Kan er kwaad bestaan, dat zichzelf niet kwaad vindt
en om te floreren een meerderheid van stemmen vergt?
Kan er goed bestaan, dat met het blinde noodlot in de kroeg

elke dag een glaasje op de welzalige afloop drinkt?




Ave

Maris stella, gegroet, lantaarnvis in ’t ondoorgrondelijke,
licht op mijn wegen – doorwandeld als dwaalster, hengeldier,
genaamd zwarte zeeduivel ook wel. Om ons heerst altijd

nacht, vandaar het lonkend lampje waarachter gaapt
een naaldscherp kakement en daarvoorbij weer dieper duister,
gruismolen, verspijzing zonder pardon. Wat is er, dunkt u, nog

te halen? Voor onze buikstandige, in groepen geplaatste,
lichtgevende organen? Ik stel mij nu even op als respectabel en
gezien collega bij uw heil, want hebbend talloos vele kaarsen

her en der op de planeet, zonder betaling weliswaar, gebrand
voor deze en voor gene, met veelal (bewezen!) gunstig resultaat.
Wordt het niet hoog tijd ons te regenereren, tot fluitbekvis,

lantaarns te doven zodat donkerte zelf zich kan verhelderen;
muziek in te studeren bij een laatste bede – om af te smeken
dat we het reddeloze nog betreuren en bewenen mogen?




Ik moet mijn ziel redden

Het vlees laat ik de pieren. Nu de ziel nog. ’t Is de vraag
hoe ruim die is. Als heel de wereld erin past en zelfs zich erin
omdraaien kan, kom ik er ongezien mee weg. Waarheen?

Dat wijst zich vanzelf; geen hond zal iets merken, want
alles en iedereen gaat mee, en voor lukrake coördinaten,
tot de rand van zwarte gaten, is er ruimte zat daarginds.

Geschiedenis, toekomst? – blijven trouwe ballast, blok aan
het been in ijzig wak van stilte tussen flitsend tijdloos heden.
Jullie boffen bij zo’n enorme ziel als de mijne, die gered moet!

Maar stel dat ze krapper blijkt dan te hopen en welzeker
te verwachten leek, ja, pech gehad, vooral de achterblijvers
zou ’t bitter tegenvallen; opsnijder! met zo’n miezerige snit

die, in het ergst geval, plaats alleen aan mij biedt, en alle kans
dat ik daar meer dan één veer bij laten moet, of dumpen al
mijn harpmuziek, ik geef het je te doen! Wat is wereld evenwel?

Van z’n mogelijkheden het totaal. Als dat godganse met jullie
allemaal erbij buiten de boot valt, zodra ik verscheid – wees blij;
rijk is de nagelaten buit. En zo, berooid, redt zich mijn ziel

eruit.

Anneke Brassinga (1948) werd aan de Universiteit van Amsterdam opgeleid tot literair vertaler en vertaalde werken van Nabokov, Plath, Diderot, Broch en vele anderen. Sinds 1987 wordt haar eigen werk, proza en poëzie, uitgegeven door De Bezige Bij. In 2015 ontving zij voor haar poëtisch oeuvre de P.C. Hooft-prijs.

Meer van deze auteur