Na hoeveel generaties hoef je niet meer terug te betalen, ook als niemand meer aan kan tonen
dat hij nog nadeel heeft van het voordeel dat jij geërfd hebt? Zoveel generaties
dat je je ten minste één persoon
kan herinneren uit die generatie, dat zijn voor jou vier generaties, al was het enkel de moeder
van je moeders moeder? Als van wie je erft rechtvaardig geweest is naar anderen
dan naar wie hij onrechtvaardig geweest is en iemand komt en zegt dat het een het ander
in evenwicht houdt, voor een kort moment, kan je even huilen en je erfenis aannemen
zonder verdere verplichtingen?

Of zou een herstelbetaalplicht juist opgelegd moeten worden aan wie over wie bijna niemand meer weet
hoe zij rijk geworden zijn, dat is immers een extra voordeel. Misschien kan je op zoek naar een schuld aan jou
om de verplichtingen waar je overheen gelezen hebt mee te verrekenen, zoals omdat je vader
een koelak werd genoemd omdat hij meer dan één theepot had of omdat je vader je gezegd heeft
dat hij slaaf geweest is in Egypte.

Je weet dat de hoogste prijs die nog voor je betaald wordt het niet de moeite waard maakt
om met jou naar een markt te lopen en daarom denk je dat je enkel meegenomen wordt
om de anderen een voorbeeld te geven van wat er gedaan wordt met wie veel tijd nodig heeft
om kalm te worden. Als jij en ik samen beoordeeld worden zijn er tussen ons geen slachtofferloze overtredingen meer
en als jij en ik samen over anderen moeten oordelen en een van ons zegt van tevoren
wat hij in zijn eentje zou beslissen, alsof over hem gezegd kon worden dat al zijn beslissingen
rechtvaardig waren? Zoals een kind dat omdat het iets wilde leren het keer op keer aan zichzelf vertelde,
steeds op een andere manier. (Denk aan de man die een kind dat weten wat hij wil leren afneemt,
wat hem overkomt moet hij rechtvaardig noemen.)

En ook als geen herstelbetalingen voor slavernij van zo lang geleden dat je niemand meer kent
die iemand gekend heeft die als slaaf geboren is, dan nog wel voor wat daarna kwam
en liet gebeuren wat verder nadeel opleverde voor wie het kleinste deel van de schuld geërfd had
die anderen niet meer als hun schuld hoefden te zien? Als je vluchtelingen wil tegenhouden
omdat je bang bent dat ze Nederland veranderen in een land dat (tenminste in jouw hoofd) minder van jou is
zou je ook in moeten stemmen met herstelbetalingen naar de kinderen van wie onrechtvaardig behandeld is
op een manier die Nederland veranderd heeft in wat het nu is, rijk en rechtvaardig genoeg
om van medelijden elke dag zo kort te huilen dat de traan het oog niet uitkomt.

Spreken alsof je te vaak rechtvaardig geweest bent en om raad gevraagd
– jij hebt toch rechten gestudeerd –
over een rechtszaak die al iemands halve leven duurt, waarin iemand gevraagd wordt terug te betalen
wat hij nooit kreeg en hij zegt dat de handtekening onder het contract niet van hem is,
misschien heeft de eiser die zelf gezet (misschien heeft hij die onder een ander contract gezien)
en in plaats van raad te geven kan je hem ook geven wat hem teruggevraagd wordt – of ben je dan bang
dat je de volgende die je om raad vraagt niet meer kan helpen? (Dromen van kunnen berekenen
wat tegen wat opweegt en dan doen wat opweegt tegen wat nog opgeëist wordt van de verplichtingen
die met een erfenis kwamen.)

Stel, je vader was een geheime rechtvaardige
en je kwam daar pas achter toen je niet meer met hem kon spreken en er was hulp
die hij beloofd had en die jij moest geven als deel van je erfenis. Stel, je bent een rechtsgeleerde
die in zijn eentje een regel kan maken
waaraan iedereen zich moet houden die later nog een zaak aan jou wil voorleggen.

Je bent een rechtsgeleerde waar er zoveel van zijn dat als je aan een van de anderen schrijft
je hem de trots van de rechtsgeleerdheid noemt of zoiets,
en elk van hen kan de slavernij opheffen en elk van hen kan die dezelfde avond weer invoeren,
en nadat slavernij die hele dag opgeheven en weer ingevoerd is
kun je die opheffen
voor de nacht en wie in die nacht wegloopt kan niet tegengehouden worden.

Nachoem M. Wijnberg (1961) publiceerde achttien gedichtenbundels – laatstverschenen Om mee te geven aan een engel (Uitgeverij Pluim, 2018) – en vijf romans. Najaar 2019 verschijnt zijn negentiende bundel, Afscheidswedstrijd. Hij is hoogleraar aan de faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam. In 2018 ontving hij de P.C. Hooftprijs.

Meer van deze auteur