Adem in. Ik houd vast. Adem uit. Ik laat los. Mijn lichaam is wijs, het heeft een intelligentie die de bewuste geest overstijgt. Mijn lichaam zorgt voor zichzelf, zorgt voor mij, zorgt voor de soort. Mijn lichaam kent zichzelf. Adem in. Adem vast. Ben ik klaar om los te laten?

In de herfst van het jaar 2021 begonnen je overal de opalen op te vallen. Het was een nieuw detail in bekende beelden: de dame voor je bij de slager draait zich om; op haar revers zie je een kleine planeet schitteren. Je huisarts heeft er een laten zetten in de dop van zijn vulpen, die hij in zijn borstzak draagt. Je meent zelfs een man te hebben zien bellen met een mobiele telefoon die op de plaats van het logo een driehoekige melkopaal had. Je besloot op de dragers te gaan letten. Je zocht het op maar kon er niets over vinden. Een populaire edelsteen vanwege het rijke kleurenspel, veroorzaakt door minuscule openingen in de kristalstructuur die zich met kiezelzuur hebben gevuld. Maar niets over een plotselinge piek in de populariteit. Bladen en kranten schreven er niet over. Zelden zie je een drager onder de zestig.

Je besloot het eens te vragen: Wat betekenen die opalen? Ik zie ze zo vaak.

Ach, zei de buurvrouw, haar druppelvormige hanger tussen duim en wijsvinger nemend. Het is zo’n prachtige steen.

Opalen? zei je moeder, opalen brengen ongeluk. Mensen geloven dat ze straling uitzenden die tumoren sneller doet groeien. Onzin natuurlijk. Ze zijn broos, en wanneer ze ondeskundig worden bewerkt kunnen ze makkelijk breken. Dat is waarschijnlijk waar het vandaan komt.

Een juwelier liet je een selectie zien. Een hanger met vier kleine harlekijnopalen in asymmetrische gouden zettingen. Een betoverend juweel. Het kostte een klein fortuin.

Hoe kunnen zoveel mensen dat betalen?

Mensen dragen ze nooit lang, zei de juwelier langs zijn neus weg, maar als je doorvraagt wil hij niet uitweiden.

Het boek moet op dat moment al maanden in de winkel hebben gelegen. Niet op een afdeling waar je doorgaans veel tijd doorbrengt: psychologie, zelfhulp, spiritualiteit. Je was op weg naar boven toen iets je aandacht trok: een opaal zo groot als een gezicht, op tafel tussen de boeken.

Bij nader inzien was het een paperback. Nu je er recht boven stond, leek het omslag een melkachtig monochroom, maar je pakte het boek op en zag hoe het licht kleuren opriep: blauw, paars, oranje, groen. Inzichten op weg naar rust, Veronica Ruden. Een nietszeggende titel. Je begon te bladeren. Eerder dat jaar verschenen bij een jou onbekende uitgeverij, maar al twintig drukken. Het leven, een ademtocht. Gronden in je eindigheid. Het sieraad. Daar was het. Je nam het mee naar de kassa.

Verkoop je dit veel? Het heeft waanzinnig veel drukken gehad, maar ik heb er niets over gehoord. De verkoopster haalde haar schouders op. Stille successen heb je wel vaker in dit genre. Is het een cadeautje?

Thuis begon je te lezen.

Het leven fonkelt in ons als een edelsteen. De vonk die ons lichaam animeert, zonder welke we stil vergaan. Haal je het sieraad uit de stof, dan is er niets meer dan een loze schil. Maar het sieraad behoudt zijn mysterieuze krachten en beïnvloedt de materie die het omgeeft. Het doel van dit boek is inzicht geven in de eeuwenoude wijsheid van de occulte gemmologie, en praktische instructie in de wegen van de opaal, zodat eenieder bevrijd kan worden van de tirannie van het onleven.

Klare taal had je nauwelijks verwacht, maar toch registreerde je een lichte schok over de onbeschaamdheid waarmee iemand zulke betekenisledige dingen kon opschrijven. Je bladerde door naar het instructiekader aan einde van het eerste hoofdstuk.

Instructie stadium 1: Laden
Het is mogelijk de unieke straling van je leven te vatten in een mineraal. Van alle edelstenen is de opaal het best in staat kosmische trillingen op te slaan. Let bij het kiezen van een steen op de aanwezige kleuren; je zult zien dat naarmate het sieraad meer gedragen wordt en dus meer met jouw unieke informatie opgeladen wordt, het kleurenspel zich zal aanpassen aan jouw persoonlijkheid en stemming. Draag het sieraad zo vaak mogelijk. De straling reikt tot ongeveer anderhalve meter van je lichaam – zorg dat de steen altijd binnen die afstand valt. Wanneer je veel hechte omgang met andere mensen en dieren hebt, is het raadzaam de steen direct op je huid te dragen, zodat hun signaal niet interfereert met het jouwe.

Er volgden instructies voor meditaties en de reiniging van lichaam en steen, verwijzingen naar obscure teksten en persoonlijke visioenen. Er waren vier stadia: het laden, het consolideren, het loslaten en het schitteren. Een onaangenaam gevoel bekroop je, een wantrouwen, en niet alleen vanwege de misleiding. Waar leidt dit nevelige pad naartoe, dat zoveel mensen bereid zijn het af te lopen? Een gedachte: misschien werkt het. Je persoonlijkheid, of wat sommigen je ziel noemen, conserveren in een externe drager, zodat ze niet verdwijnt met de onvermijdelijke teloorgang van het lichaam. Maak je dan een kopie van jezelf, of verliest het lichaam wat de steen wint?

Je belde aan bij de onderbuurvrouw. Al een paar dagen was het erg stil onder de planken van je vloer; geen ochtendlijk gepruttel van de radio, geen gekraak van deuren of gekras van een sleutel in het slot. Vorig weekend had je haar nog voor haar huis zien zitten met een kop thee, toen de najaarszon zich liet zien aan het einde van de middag. Ze had je groet beantwoord met een vluchtig handgebaar, terwijl ze voor zich uit was blijven staren. Ook toen was je blik aan haar hanger blijven haken. Mistig paars en oranje, alsof een er druppel zonsondergang op haar borst was gemorst. Lucht en vuur. Of wellicht was het de invloed van haar unieke zendingen.

Toen er geen antwoord kwam, negeerde je de schicht van ongerustheid. Ze is een paar dagen van huis, wat dan nog. Het is een zelfhulpboek. Je herhaalde het later in bed toen het gevoel je niet wilde verlaten. Maar in je slaap zag je haar lichaam, bedekt met flonkerende kleuren. Je kwam dichterbij, boog je over haar heen en zag dat elke kleur een wond was, een gat waaruit een helder licht scheen. Op haar gezicht was een schreeuw bevroren. Zwetend werd je wakker.

Toen je haar de volgende ochtend belde, kon je de telefoon horen jammeren onder je voeten. Uit logeren. Op vakantie. Je maakt jezelf weer gek om niets. Het gezicht uit je droom stond je duidelijker voor de geest, leek werkelijker dan je herinnering aan haar echte gezicht.

Je las verder in het boek van Ruden.

Hoofdstuk 7: Sprekende stenen
Sinds de vroege oudheid zijn er mythen over juwelen die de drager speciale krachten verlenen. De onzichtbaarheidsring van Kambyses, de Nevelingenring, de hanger met een druppel Christusbloed die de levensduur driemaal verlengt, ja, zelfs de steen der wijzen – allemaal varianten op een oerverhaal dat slechts weinigen nog kennen: dat van de sprekende steen. Deze bronmythe gaat terug tot het oude Egypte en gaat als volgt: een magiër houdt zielsveel van zijn vrouw, maar zij is dodelijk ziek. Ten einde raad wendt de tovenaar zich tot de god van de onderwereld en smeekt hem om zijn geliefde niet mee te nemen. De god wil de zuiverheid van zijn liefde op de proef stellen en oppert een compromis: hij mag haar ziel bij zich houden, mits hij haar lichaam begraaft. De magiër stemt toe en de god geeft hem een edelsteen: hiermee kan hij de ziel van zijn geliefde vangen. Hij hangt de steen om de nek van zijn vrouw. Terstond vergaat haar lichaam tot stof. De magiër denkt dat de god hem bedrogen heeft en valt in wanhoop op zijn knieën, maar dan ziet hij in het hoopje as de edelsteen glinsteren. Als hij het sieraad omdoet, kan hij haar stem horen die zegt dat hij niet bang hoeft te zijn: de god heeft woord gehouden.

Een geluid. Geknars van een slot. Het was vroeg, nog geen zes uur ‘s ochtends. Ze is terug, dacht je, en viel weer in slaap, zodat je het geluid miste van voetstappen die zich verwijderden, een motor die aansloeg, een auto die de hoek om reed.

‘Is daar iemand?’ Je bel blijft onbeantwoord, maar de deur staat op een kier. Je duwt hem verder open. Er brandt een zwak lichtje in de keuken. Je ziet het door het amberkleurige, vervormde glas van de keukendeur. Behoedzaam stap je naar binnen. Er hangt een geur die je niet herkent, een soort brandlucht, maar aardser, met een ondertoon van rotting. ‘Buurvrouw? Bent u daar?’ Een zacht geluid wordt hoorbaar naarmate je de keukendeur nadert. Ook die staat op een kier. Het is een soort geronk met hier en daar een slepende piep. Je opent de deur naar de keuken en meent dat die leeg is. De geur is hier bijna niet te harden. Je loopt om het kookeiland heen. Je voetzolen plakken aan de vloer, wat je omlaag doet kijken. Je staat aan de rand van een hoop kleverige aarde. Je doet een stap terug en zakt door je knieën. Het geluid lijkt uit de hoop te komen, net als de stank. Met wat meer afstand zie je dat het niet zomaar een hoop is, maar de vorm heeft van een lichaam. Je voelt je maag samentrekken. In het ritme van het geronk deint de aarde lichtjes op en neer. ‘Buurvrouw?’ De hoop antwoordt met een zachte piep. In je ooghoek zie je iets glinsteren: een gouden kettinkje, gebroken en zonder hanger.

Hannah van Binsbergen (1993) is dichter en schrijver. In 2016 verscheen haar poëziedebuut Kwaad gesternte (bekroond met de VSB Poëzieprijs) en in februari 2020 kwam Harpie uit, een roman over de duivel, seks en de horror van het dagelijks leven. 

Meer van deze auteur