Na drie dagen in dezelfde kleren door het huis te hebben gesloft dacht ik ineens: ik heb ze al een tijd niet meer gezien, de lijstjes met tips voor thuiswerkers die overal in kranten en op internet verschenen aan het begin van de coronacrisis. Meestal stond er zoiets in als: kleed je elke dag aan, neem een douche, kam je haren, doe alsof het een gewone werkdag is waarin je gezien wordt door je collega’s. Hoe verleidelijk het ook is, blijf niet de hele dag in je slaapkloffie zitten.

Kennelijk was dat niet vanzelfsprekend en moesten we dat uit de krant halen. Maar waarom is het belangrijk om schoon en in gestreken kleren aan je bureau te zitten? Misschien dat je daarmee iets naar jezelf communiceert. Over dat je zorg verdient, self care, of iets over integratie van lichaam en geest, buiten en binnen. Ik zou graag eens een experiment zien waarin een groep thuiswerkers een week in pyjama moet werken en een andere groep in kantooroutfits,waarna prestaties en mentale gezondheid van de twee groepen met elkaar worden vergeleken.

Susan Sontag deed graag alsof haar lichaam niet bestond. Dat schreef ze in haar dagboek. Ze hield ook niet van wassen. Als ze een weekend alleen thuis was en geen afspraken had, werd ze later aangetroffen in dezelfde kleren als dagen terug, met ongekamde haren en een verloren blik, las ik in de biografie van Benjamin Moser. Die opmerking is blijven hangen, ik denk er vaak aan terug. Het is zo opgeschreven dat we het bizar moeten vinden, of op zijn minst curieus. Net als dat tamponverhaal. Op het vliegveld van Hanoi werd Sontag ongesteld, keurig op tijd, alleen had ze er niet aan gedacht iets mee te nemen. Haar assistent Karla duikt de herinnering op in gesprek met de biograaf. Karla was ‘amazed’. ‘It underscores a lot of this not living in reality, just not knowing basic survival things.’ Het verhaal is een running gag met een vriendin van me geworden. Elke keer als iemand een tampon is vergeten zeggen we: je leeft niet in de realiteit, gek.

De impliciete aanname in de biografie is dat de meeste mensen lichaam en geest in gezonde balans houden, dat ze hun lichaam respecteren en schoon houden en naar de signalen luisteren. Voor Sontag leek het een vorm van jouïssance of zelfs trots om haar lichaam te smoren onder een dik kussen van amfetamines, drank en werkdruk. Volgens Moser ligt deze verloochening ten grondslag aan haar terugkerende thematiek, namelijk de relatie tussen de metafoor en de fenomenen, tussen beeld en werkelijkheid. Haar lichaam was immers niet echt, maar een idee, een projectie van de geest. Wat mij betreft wil hij te graag betekenis zien in haar hekel aan douchen. Zo bizar vind ik dat namelijk niet. Of misschien ligt het aan mij dat ik dat zo zie, en leef ik ook niet in de realiteit.

In Hanna Bervoets’ recentste roman Welkom in het rijk der zieken beschrijft de chronisch zieke blogger ‘Susan’ (fan van) haar ervaringen met fibromyalgie. Ze vergelijkt haar relatie tot haar lichaam met het hebben van een baby. ‘[H]et schreeuwt en het huilt en het trapt, maar ik weet niet wat het wil, moet het bewegen, wil het staan, moet het liggen, wil het een pil?’ Als je gezond bent zorgt je lichaam voor je, schrijft Susan, bij de zieke is het omgekeerd, zij moet haar lichaam dragen.

Zo’n krachtig beeld, het lichaam als huilende, hulpeloze baby. Ben je een goede of slechte ouder voor het kind, wat is je ‘hechtingsstijl’, zoals de psychologieboeken het noemen?

De realiteit is dat niemand in de realiteit leeft. Het cartesiaanse dualisme wordt door weinigen meer aangehangen, want de geest is het brein is het lichaam. Maar door de maatschappij worden we nog altijd onophoudelijk aangespoord ons lichaam te negeren, met een merkwaardige dubbele boodschap. Enerzijds moeten we steeds harder werken en productiever zijn, altijd maar productiever, en dat veronderstelt een soort vergeestelijking. Anderzijds spoort de industrie ons aan ons lichaam te onderhouden en verzorgen met dure sportklasjes, extreem gezond eten en meditatie-apps. Zodat we gezond genoeg blijven om weer harder te kunnen werken. Maar de gezondheidscultus is wat anders dan het juist interpreteren van het gehuil van de baby.

Wat zou er gebeuren als ik werkelijk met en in mijn lichaam leer leven? Hoe zou ik schrijven? Niña Weijers schreef ooit de beroemde woorden: ‘Vrouwen denken niet met hun tieten, en ze schrijven er als het goed is ook niet mee.’ Ze bedoelde dat haar sekse niet bepaalt hoe of wat ze schrijft, laat staan hoe goed, maar ik zou het juist wel willen proberen, met mijn tieten schrijven. In het internationale kunstdiscours gaat het vaak over embodiment. Embodied practice, embodied philosophy. Het maken van werk waarin het lichaam nadrukkelijk aanwezig is, waarin het lijf het denken en creëren informeert. Het lichaam dat altijd gesitueerd is, dat bestaat in een tijd, in een plaats, in een klasse, dat een sekse heeft. Contra de ouderwetse leunstoelfilosofie waarin de geest superieur is, en de woorden zijn losgemaakt van de auteur, want die is toch dood.

Terwijl ik materiaal over dit onderwerp verzamel (schoon en aangekleed), terwijl de boeken zich op mijn bureau opstapelen (mijn schouders doen pijn en ik ben ongesteld), zie ik ineens hoe ontzettend witdit hele verhaal is. Of beter gezegd: ik zie hoeveel ik kan leren van mensen van kleur. Een zwart lichaam wordt nooit toegestaan zichzelf te vergeten. Een zwart lichaam wordt voortdurend eraan herinnerd dat het zwart is. Omdat het zwarte lichaam geen veiligheid krijgt, omdat het eerst als zwart wordt gezien en dan pas als individu.

In een aflevering van de podcast On Being interviewt Krista Tippett de therapeut en traumaspecialist Resmaa Menakem, die uitlegt hoe racisme doorwerkt in ieders lichaam. Racisme werkt als trauma. Trauma heeft niet alleen mentale consequenties, maar ook vergaande lichamelijke gevolgen. Het lichaam verandert door een trauma, het reageert anders; het zenuwstelsel slaat het als het ware op. De gewelddadige ideologie van de witte suprematie is volgens hem ook in het zenuwstelsel opgeslagen.

Met simpele oefeningen maakt hij de luisteraar bewuster van hoe zij fysiek reageert op bijvoorbeeld de stem van een wit persoon en een zwart persoon, en hoe dat kan verschillen. ‘Notice the rage, notice the silence.’ Hij vertelt hoe we kunnen leren de automatische alarmreacties van het lichaam te kalmeren – de stressreacties die ontstaan bij confrontatie met wat we als bedreigend ervaren (een verwijzing naar de vele dodelijke schietincidenten in Amerika, waarbij mensen van kleur zijn omgekomen). Politieke beslissingen zijn nodig in de strijd tegen racisme, hervormingen, herdenkingen, en je moet jezelf onderwijzen. Maar wie het lichaam vergeet en negeert en ontkent kan dit werk niet doen.

Persis Bekkering (1987) debuteerde in 2018 met de roman Een heldenleven (Prometheus), die werd genomineerd voor de ANV Debutantenprijs. Kort proza verscheen onder meer in De Revisor, DW B en De Gids. Ze is redacteur van DIG (voorheen De Internet Gids) en werkt aan een nieuwe roman.

Meer van deze auteur