De plant is een broodnuchter wezen. Ze laat zich niets wijsmaken en heeft ook niet de neiging anderen een rad voor ogen te draaien. Ze doet zich niet beter voor dan ze is, stelt zich niet aan, schmiert nooit. Probeer haar flauwekul wijs te maken en ze luistert geduldig, maar je verhaal gaat het ene oor in, het andere uit. Anders dan mensen kunnen planten niet dom zijn, ze gaan nooit in tegen hun eigen belang of dat van hun naasten. Zodra zich een mogelijkheid voordoet zich te ontplooien grijpen ze die met beide handen aan, hoe klein de kans ook is of hoe groots en meeslepend. De plant is uiterst geïnteresseerd in de ­wereld om haar heen, maar houdt altijd in de ­gaten hoe ze daarin het best tot haar recht kan komen.

Planten maken nooit ruzie, gunnen anderen hun plek, maar laten evenmin over zich heen lopen – en doe je dat toch, dan richten ze zich weer op zodra je uit beeld bent. Geweld ondergaan ze gedwee en geef je ze een klap, dan draaien ze je hun andere wang toe zodat je nogmaals kunt slaan. Planten vormen het geweten van de natuur. Ze zijn superrelaxed, zelden nerveus, vaak vol begrip voor wie hen bezoekt en aan hen knabbelt. Je mag alles met ze doen, binnen de grenzen van de redelijkheid. Ga je te ver, dan wijzen ze je daar streng maar rechtvaardig op met brandend zuur, braakwekkende giften of snijdende stekels. Ze hebben hun privacy hoog in het vaandel.

Planten zijn zeker geen doetjes, een stam is loeisterk en een stengel uiterst flexibel. Er bestaan geen laffe planten, wel dappere en zelfs heroïsche: sparren die het decennialang volhouden net over de rand van het ravijn. Haast kennen ze niet, ze volgen altijd het bij hun groeiplek passende tempo. Ze verplaatsen zich alleen als dat nodig is, en dan niet met hun hele lichaam maar met een concentraat genaamd zaad, en bij mossen en varens sporen.

Ze leven al ruim twee miljard jaar op aarde en hebben de moederplaneet nooit schade toegebracht, alleen maar verrijkt met nieuwe milieus en levensvormen. Waar dieren eens in de zoveel miljoen jaar massaal uitsterven, gaan planten onverstoorbaar door en er zijn soorten die al 600 miljoen jaar ongewijzigd op aarde leven. Er zijn zelfs blauwwieren die minstens twee miljard jaar lang exact hetzelfde zijn gebleven.

De plant heeft een andere kijk op tijd en ruimte. Ze laat zien hoe je dat doet, leven. Ze laat zien hoe je die doorstaat, crises.

Arjen Mulder is bioloog en essayist. Zijn meest recente boek is: De successtaker, Adrien Turel en de wortels van de creativiteit (2016). Hij schreef eerder over Mondriaan en Klee in zijn studie Van beeld naar interactie: betekenis en agency in de kunsten (2010). In 2019 publiceerde hij zijn liefdesverklaring aan planten, getiteld Vanuit de plant gezien.

Meer van deze auteur