Ik wacht op een verwachting
van een onbekende trein
Met daarin bekende mensen
die er voor je willen zijn
Maar waar koop je zulke tickets?
wanneer start zo’n verwacht verhaal?
Het is net alsof je rondkijkt
in een volle lege zaal




Binnen en buiten

Binnen, ja ik leef binnen als een plant in een huis met alle ramen op het noorden, om wat zonlicht te kunnen vangen zet je hem dagelijks even in het zonlicht, wat water geven en verder aan zijn lot overlaten.

Een volgroeide plant zal het niet worden, er zal geen briesje wind, geen regenbui over zijn bladeren vloeien, hem heen en weer schudden, zodat hij verder groeit, wat takjes of zaadjes in vruchtbare aarde terechtkomen, zich vermenigvuldigen, sterker worden, meer zuurstof produceren, meer CO2 opnemen, kortom, nuttig worden voor de planeet en al wat er leeft.

Er is ook een buitenwereld met vele lieden die het lot van deze plant in een ander perspectief zien, sommigen vinden dat het geen kwaad kan om deze plant, in hun ogen praktisch een onkruid, met alleen maar slechte eigenschappen, aan zijn lot over te laten. De planeet heeft genoeg nuttiger planten, er is geen gebrek aan zuurstof en CO2 is ook nodig, het kan geen kwaad, de planeet heeft zichzelf altijd gered, gaat dat nu ook doen, economie en welvaart zijn belangrijker.

Er zijn ook sommigen met een ander perspectief en andere ideeën over hoe het kan en moet gaan.

Alle levensvormen hebben nut, dienen een bepaald doel op deze planeet. Met juiste aanpak, zorg en liefde zal het aan vergankelijkheid onderhevige plantje ook gaan bloeien, zaadjes in vruchtbare aarde werpen, voor nog meer nuttige plantjes zorgen, zijn goede rol op deze planeet vervullen. Alles valt of staat met hoe je het aanpakt, hoe je het benadert. De juiste investering en een goede aanpak zullen uiteindelijk voor winst en welvaart zorgen. Liefde en zorg die je geeft, zal je ook terugkrijgen.

Zelfs onkruid is nuttig voor de planeet.




De klik

Sterker dan alleen,
sterker dan een slechte dag.
Sterker dan dat om ons heen,
sterker dan een tegenslag.
Sterker dan toen,
sterker dan dat van voorbij.
Sterker dan de langste zoen,
groeiden jij en ik naar wij.




Eerste maand

Golven van onbekende materie naderen mij
Nog even en ik word verzwolgen
Waar kom ik terecht?
Ik maak dit niet echt mee. Ik lig op de bank van mijn ouders
Op de achtergrond klinkt de tv. Het kleine huis staat op

De golf bereikt me
Ik word overweldigd
Het voelt als…
Hoe voelt het eigenlijk?

Waar ben ik?
Wat is dit om me heen?
Het lijkt op niets dat ik ken
Ik maak dit niet echt mee. Ik lig op de bank van mijn ouders
Op de achtergrond hoor ik de hond die zich omdraait in zijn mand

Dit voelt vreemd
Het beangstigt me
Ik ontdek dat ik gewoon kan ademen
Mijn hart klopt gewoon door
Mijn gedachten lijken zich nog te ordenen
Dood ben ik dus niet…
Toch voelt het niet als leven

Ik ga mee in de stroom
Wezens passeren me
De een opdringerig, de ander vriendelijk en weer andere doen me
denken aan bekenden van voor de golf die me meenam.
Allemaal doen ze wat vreemd aan
Ook zij horen hier niet
Dit is geen bestemming, maar slechts een onderweg
Ik maak dit niet echt mee. Ik lig op de bank van mijn ouders
Op de achtergrond hoor ik ‘Rocky Mountain High’ van John Denver

Nog even en het is voorbij en komt dit onderweg ten einde
Ik word wakker na een heerlijk tukkie op het bankstel van mijn ouders. Ik hoor hun stemmen, zie hun gezichten en ruik het avondeten, bovendien proef ik de vrijheid





Herinnering aan vroeger
momenten van realiteit.
Soms voor altijd wonderlijk
van andere allengs bevrijd.

Onheuglijk diepe gevoelens
doen mij nog immer deugd.
Mijn lijf vanzelf ontspant zich
ik ben mijn jeugd.

Een terugreis in gedachten
met alziend de ogen dicht.
Vier decennia door ’t donker
ik daar spelend in het licht.

Ofschoon oneindig lijkende tijden
duurt eeuwig ook maar even.
Mijn ziel vanzelf roert zich
ik ben mijn leven.

Leven kan slechts hier en nu
in eender welk jaargetal.
Gevoed met mijn geboortereis
ben ik wie ik worden zal.




Van buiten naar binnen en van binnen naar buiten

Ik zit al een tijdje binnen, zeker een paar jaar.
De tijd gaat voorbij, zie de zon ondergaan,
door de tralies van mijn raam.
Morgen ga ik naar buiten, maar ik ben niet degene die gaat.

Het regent hard buiten, het is koud buiten,
heb mijn mooiste kleren aan, die ik van de
zeven euro per week heb gespaard.
Toch ziet niemand me staan, kent niemand mijn naam, en in tegenstelling tot binnen, weet niemand wat ik heb gedaan.

In mijn eentje loop ik door de straat.
Een hele prestatie.
Niet elke gedetineerde die dit pad haalt.
Een gedetineerde, een stempel die niet weggaat.
Buiten ben ik niemand, geen familie, geen vrienden, geen vriendin.
Binnen ben ik een nummer en nummers zijn niet zoveel waard.

De tijd is om en ik loop weer op de afdeling.
Niemand die weet hoe het is gegaan, leef in twee werelden, maar in beide geen plaats.
In mijn omgeving is alles kapot hoever ik ook ren, hoever ik ook ga.
Een thuis kan mij niet gegeven worden.
Op een dag dat ik het maak.