Lopende zaken

De internet gids

Astronauten van de binnenwereld (II)

Driegesprek over de ondeelbaarheid van ervaringen

Steven Claus-De Jong, Patricia Pisters, Dirk Vis

Voor het transmediale project If You Are Not There, Where Are You? werden kinderen met absence epilepsie gekoppeld aan kunstenaars om expressie te geven aan wat zij beleven tijdens een aanval. Het project is opgezet in nauwe samenwerking met verschillende wetenschappers die met elkaar in gesprek gingen. Steven Claus-De Jong – was 20 jaar neuroloog/epilepsie-deskundige, is nu mind trainer/coach/ruimdenker – sprak met filmwetenschapper Patricia Pisters, hoogleraar Filmkunde met bijzondere interesse voor de interactie tussen neurowetenschappen en film. Gidsredacteur Dirk Vis vroeg hen om hun conversatie geschreven voort te zetten. Dit is deel II uit een drieluik. Deel I is hier te vinden.

II


Steven Claus-De Jong: Wij zijn altijd aan het ‘ver-symboliseren.’ EEG-electrische signalen van de hersenen, tech-geluidjes, beeltenissen van pratende zenuwcellen, vallende bit-code…het zijn zogenaamde neuro-correlaten van wat we ervaren. Het is nooit aangetoond dat er ook maar ergens in de hersenen een dergelijk plaatje te vinden is. Nergens. Als je in de hersenen gaat kijken, dan zie je alleen maar de grijze massa, chemische samenstellingen, electriciteit, magnetische velden (en dit op zich zijn ook alweer geëncodeerde concepten). Maar het is alleen gecorreleerd met een ervaring waar je d.m.v. taal over kan communiceren (weer ge-encodeerd), maar het is niet hetzelfde als die beleving.


Patricia Pisters: Inderdaad, dat klopt. Maar het punt dat ik wil maken is dat we door die verbeelding van hersenactiviteit, zowel in medische apparatuur (EEG, fMRI scans) als in de populaire media, een manier hebben om die beleving vorm te geven zodat we er wel over kunnen praten. En waardoor de binnenwereld ook een grotere rol gaat spelen in de beeldcultuur. Die beeldcultuur zelf gaat ook weer in ons hoofd zitten.

Ik zie opeens het gezicht van Gillian Anderson als detective Stella Gibson weer voor me; gisteravond zag ik haar in The Fall op mijn Netflix app; ik kan het zo weer oproepen, zowel op mijn telefoon als in mijn hoofd, daar zijn de beelden nog vers (en Netflix is altijd oproepbaar met slechts drie zachte bewegingen over het scherm). Wanneer Gibson na een lange dag recherchewerk op haar hotelkamer haar laptop openslaat verschijnt een plaatje van The Nightmare van Henri Fuseli, een demonische incubus zit op een slapende vrouw en kijkt de toeschouwer uitdagend frontaal in het gezicht. Onmiddellijk klapt Gibson het scherm weer dicht, dit bekende schilderij uit 1781 heeft zij niet zelf op haar computer gezet! Haar inzicht is even onmiddellijk als haar emoties: de seriemoordenaar die ze al wekenlang zoekt is in haar hotelkamer geweest, misschien is hij er nog wel… We zien en voelen haar hartslag in haar gezicht kloppen.

“Het persoonlijke en collectieve raken voortdurend met elkaar verstrengeld.”

Sensoren op mijn huid zouden op dit moment verhoogde transpiratie hebben kunnen registreren, E.E.G metingen zouden een piek vertonen in mijn hersengolven. Net als bij Stella Gibson. Spiegelneuronen spelen hier wellicht een rol. En toch val ik even later in slaap, ik raak niet echt in paniek. Het prefrontale cognitieve deel in mijn brein kan de ervaring in het juiste kader plaatsen. Maar wanneer ik wakker wordt hebben de beelden van The Fall zich vermengd met allerlei andere beelden, geluiden, kleuren, en emoties uit mijn eigen onbewuste. Het persoonlijke en collectieve raken voortdurend met elkaar verstrengeld. Er zijn allerlei nieuwe circuitjes aangelegd waar ik niet direct toegang toe heb maar waarvan we ons, mede door de beeldcultuur steeds bewuster worden.


Dirk Vis: Naar het schijnt heeft ieder tijdvak een eigen metafoor voor het brein. In de 19e eeuw was het ‘stoom’. Nu is het brein een computer en hebben we hardware en software. Ongetwijfeld vinden we nog veel betere metaforen voor het brein uit. Waar schiet de veelgevonden metafoor van de computer te kort als het om het brein gaat?


SC: Ik begin met een voorbeeld. Een telefoon ligt op tafel. De batterij raakt op. Het batterijtje op de display wordt rood, het apparaat piept. Dat lijkt eigenlijk best op een emotie! Het toestel voelt een innerlijk probleem en geeft er een gevolg aan. Het signaleert en vraagt om voeding. Het verschil met een mens is dat een mens op de één of andere manier de mogelijkheid te benutten een nieuwe strategie te verzinnen om dit probleem in de toekomst te voorkomen. De telefoon doet z’n hele levensduur lang hetzelfde. Het blijft z’n programma volgen.

We snappen de architectuur van een computer ook en weten precies hoe de informatiestromen moeten leiden tot resultaten. Dat zelfde kunnen we niet zeggen van onze hersenen. We kunnen meten welke functiegebieden oplichten als wij bepaalde dingen doen of denken. Maar waarom dat precies gebeurt, wat het aanstuurt, of het één functiegebied is…allemaal vragen die we nog niet kunnen beantwoorden. We weten dat een brein met input en output werkt, maar hoe één in ander wordt omgezet is lastig te zeggen. We weten ook dat er een enorme discrepantie zit tussen de celactiviteit en de biochemische processen enerzijds en de ervaring aan de andere kant. De meetbare activiteit heet het neurocorrelaat, maar de ervaring (wat we feitelijk zien, ruiken, enz.) staat daar in relatie mee, maar onbekend is hoe je van het ene naar het andere komt.

Een brein – weten we tegenwoordig – is plastisch. Het kan veranderen. De hersenschors kan groeien met training. Waarschijnlijk onder invloed van nieuwe hersenpaden die kunnen worden aangelegd. Het brein heeft een sterke neiging dingen ernstig in te zien (negativiteitsbias) omdat het ons altijd heeft moeten beschermen. Toch is er een ‘actor’ die op gegeven moment besluit dingen positiever te willen zien. De ‘actor’ maakt een andere gedachte waardoor het een training gaat volgen om dingen positiever te zien.

Er zijn misschien lezers die iets zullen willen lezen over Artificiële Intelligentie. Door de algoritmen, en afhankelijk van rekenkracht, zit daar natuurlijk veel meer flexibiliteit in dan in de conventionele machines. Toch zijn de algoritmes die ervoor gebruikt worden nog steeds – heel complexe – maar behoorlijk rechtlijnige statistische rekenmachines en curveverkenners. Door de complexiteit worden veel uitkomsten mogelijk, en door de enorme rekenkracht van de machines gaat het heel veel sneller dan wat een mens kan. Maar toch is het de vraag of de efficiëntie gelijk is. En zeer waarschijnlijk zijn de gevolgde computerprotocollen veel meer rigide dan onze denkprocessen.

Dan is er nog ‘gevoel’. Het ervaren van emotie, volgens een ander eminent neurowetenschapper, Antonio Damasio, is van cruciaal belang voor het nemen van goede beslissingen. Mensen met schade aan de voorste hersenkwabben die daardoor belangrijke emoties uit het emotionele spectrum missen, nemen voortdurend dezelfde beslissingen die meestal schadelijk zijn voor hen. Rick Hanson, een neurowetenschapper die zich bezig houdt met optimalisatie van leren, stelt dat het doorvoelen van een ervaring de enige manier is om een ervaring om te zetten in een neurale verandering die de ervaring ‘eigen’ maakt en opnieuw ‘bruikbaar’. Ook dat is bij een computer niet echt terug te vinden.


PP: Damasio is een van de neurowetenschappers die ook veel nadruk heeft gelegd op de wisselwerking tussen de hersenen en het lichaam, met name met betrekking tot de rol van emoties inderdaad. Spinoza was zijn lichtende voorbeeld. Maar wat betreft de metaforen, ja, ieder tijdperk lijkt zijn eigen metafoor voor de hersenen voort te brengen. Douwe Draaisma heeft daar bijvoorbeeld mooi over geschreven, In zijn boek Metaphors of Memory bespreekt hij bijvoorbeeld metaforen als de ‘mystic writing-pad’ (het ‘wonderblok’ van Freud), de ‘camera obscura’, het weefgetouw en de hologram als metaforen voor de werking van het geheugen. En de illustrator Fritz Kahn tekende in de jaren 1920 het menselijk lichaam en de hersenen als fantastische fabriekjes. Elke metafoor heeft zijn beperkingen maar het laat ook zien hoezeer alles wat we weten een integraal systeem is waarin de hersenen, het lichaam en de sociale omgeving onlosmakelijk met elkaar zijn verbonden.


“De mind is eigenlijk een grote filterbubbel.”


SC: Mind volgens Damasio is alles van het organisme dat helpt een ervaring tot stand te komen in relatie tot de omgeving. Dus niet alleen hersenen, maar ook emotie en de projecties daarvan op het lichaam, gut feeling afkomstig van een steeds belangrijker geacht deel van het zenuwstelsel in de ingewanden, de vijf zintuigen; plus (volgens de boedhistische filosofie) het hartgebied. Het is als een presse papier van vlekkeloos glas dat ergens overheen gelegd wordt. Het glas neemt het onderliggend object aan, maar kan het vervormen. Denk aan het voorbeeld van de ‘ervaring’ die je waarneemt door je smartphone. De kleuring van de smartphone wordt over de werkelijkheid heen gelegd en voegt er een laag aan toe die je je gaat toe-eigenen als (augmented) realiteit. Dat wekt dus een solide indruk. Zo solide, dat hele democratische processen overgenomen worden door de ervaring van je computer en je telefoon (de filterbubbel). En de mind is eigenlijk een grote filterbubbel. Maar denk even terug aan de tekortschietende metafoor van de computer: wij mensen hebben een wil om iets te veranderen. Als je geen controle neemt over de mind, neemt het dus controle over jou. Dus lijkt het beter er iets mee te doen; dat kun je doen door er met aandacht en rust naar te kijken. Met die aandacht kun je controle nemen over de informatie selectie. Wat daarbij voor mij als paal boven water staat is dat cognitie een groot hoofdstuk is waar inzicht in voorkomt. En emotie/gevoel is cruciaal voor dat proces. Sterker nog, oplossingen voortkomend uit (intuïtief) inzicht zijn vaak meer solide dan oplossingen voortkomend uit rationele analyse1. Denken dat je emotie uitschakelen kan is mijns inziens één van de grootste fouten van het Westers denken geweest en het is ons een blok aan het been geweest.

Je kan de mind ook vergelijken met een spiegel. De boze koningin die haar slechte zelf weerspiegeld ziet; de spiegel, op zich onbevuild, nam haar zelfperceptie onvervormd over. Dan is er nog het voorbeeld van de bioscoop. Je kijkt een film waar je geheel in verzonken bent. Zo diep, dat de denkbeelden van de regiseur en de door jou waargenomen karaktereigenschappen van de karakters geheel de jouwe worden. Het spel hier is complex, want je herkent in hun wat in je zit. Eigenlijk leef je nu helemaal het leven en het gevoel van anderen. Je zit in een droom. Niet veel anders dan wat het brein je voortovert. Een droom die dan bestaat uit beelden en indrukken uit het verleden. Plots schrik je op en merk je dat je eigenlijk in een bioscoopstoel zit. Je merkt dat je eigenlijk ook ineens anders denkt. Je hebt het idee dat je teruggaat naar ‘jezelf’, maar dat was je in de film verdiept eigenlijk ook. Dit is precies eender aan een droom. Bij wake kan je dus ook dromen. En volgens sommige definities droom je eigenlijk voortdurend…de werkelijkheid die je door je frontaalkwabben voorgehouden wordt. Je kijkt boven je en je ziet ‘licht door de duisternis’. Je kijkt achter je en ziet het uit een gat in de muur komen. Dus dat waar je je in verloren hebt ‘komt ergens vandaan’? Je besluit op te staan en op onderzoek uit te gaan. Je bent nu aan het ontwaken uit een droom. Maar de mensen om je heen zijn hier niet over te spreken. Sommigen morren, anderen trekken je terug. Eigenlijk vergelijkbaar met wat gebeurt in je vaste sociale cirkels als je besluit ‘bewustzijn te gaan onderzoeken’. “Doe toch niet zo raar”, “wat ben jij ineens vreemd aan het doen”, mensen worden boos. Met doortasting besluit je verder te gaan met je zoektocht waarbij je er op let mensen zo weinig mogelijk te storen (er zijn hier ook mensen die heel hard door de bioscoop roepen wat ze aan het doen zijn en dat wekt zorgelijke ergernis bij velen…vergelijkbaar met…enthousiaste spiritualisten). Je loopt de zaal uit, langs strenge suppoosten en je vindt uiteindelijk de projectorkamer. Daar tref je een projector aan (oude bioscoop). De film loopt voor de lens langs en de beelden op het doek komen hier vandaan. Je kijkt in de machine en je komt er achter dat alle delen tesamen zorgen voor de gehele bioscoop/droom ervaring, maar er is één onderdeel dat onverminderd noodzakelijk is voor de beleving: de lamp. Het licht is warm, helder en niet-conceptueel. Dit staat voor het ‘bewustzijn’ (awareness). Het is een bekende metafoor die ik tijdens trainingen wat uitgebreider heb gemaakt om uit te leggen over ervaring van droom, werkelijkheid, brein en bewustzijn.



Lees volgende week het slot van dit drieluik.

  1. Salvi C, Bricolo E, Kounios J, Bowden E, Beeman M. Insight solutions are correct more often than analytic solutions. Think Reason. 2016 Oct 1;22(4):443–60.