Lopende zaken

De internet gids

Astronauten van de binnenwereld (III)

Driegesprek over de ondeelbaarheid van ervaringen

Steven Claus-De Jong, Patricia Pisters, Dirk Vis

Voor het transmediale project If You Are Not There, Where Are You? werden kinderen met absence epilepsie gekoppeld aan kunstenaars om expressie te geven aan wat zij beleven tijdens een aanval. Het project is opgezet in nauwe samenwerking met verschillende wetenschappers die met elkaar in gesprek gingen. Steven Claus-De Jong – was 20 jaar neuroloog/epilepsie-deskundige, is nu mind trainer/coach/ruimdenker – sprak met filmwetenschapper Patricia Pisters, hoogleraar Filmkunde met bijzondere interesse voor de interactie tussen neurowetenschappen en film. Gidsredacteur Dirk Vis vroeg hen om hun conversatie geschreven voort te zetten. Dit is deel III uit een drieluik. Deel II is hier te vinden.

III


Dirk Vis: Als een film mij iets nieuws laat inzien, als bijvoorbeeld Tree of Life van Terence Malick mij opnieuw laat ervaren hoe het was, hoe intensief het voelde om kind te zijn, zo intensief dat ik blij ben dat ik geen kind meer ben, wat heb ik dan gezien? Wat is dat voor perceptie? Weet ik nu ook weer hoe het is om kind te zijn en is dat dan cognitie? Is er een neurologisch verschil tussen perceptie, iets inzien en cognitie?


Steven Claus-De Jong: Voor mij als mind mens was de film Shutter Island (van Martin Scorscese) ‘earth shattering.’ Ik herinner mij dat ik na die film duizelend de tuin in moest gaan. Ik heb daar een paar uur gezeten. Ik wist dat alles wat wij zien/waarnemen eigenlijk geconstrueerd wordt door onze mind. Dat brein en mind je wereld maken. Dat niets wat je ziet het orgineel is, maar een fabrikaat van het brein en de mind. Maar het voelt zo solide, dacht ik altijd.

In antwoord op je vraag: Er is een soort hiërarchisch verband tussen perceptie en cognitie. Perceptie is de meest directe waarneming met bewustzijn waar de binnengekomen informatie al deels gekleurd is door combinatie/associatie met geheugen, verwachting, emotie, etc. De perceptie is voer voor cognitie. De cognitie is als het ware de output machine. Eén van de vormen van output is inzicht. Dan zijn er de analytisch gevormde oplossingen. In de psychologie is sprake van inzicht-problemen (Aha-erlebnis, ofwel Aha! Eureka!) versus non-inzicht problemen (uit het Engels: insight versus non-insight problems). Het eerste heeft betrekking op een plots en onverwacht begrip inzake een probleem dat vaker na langere tijd worstelen ontstaat. Het andere is een oplossing die ontstaat door analytisch en systematisch denken. Het eerste is vaker geassocieerd met creativiteit en staat onder sterkere invloed van stemming (positievere emotie/stemming betekent sneller en betere inzichten). Cognitie is het proces waaronder beide vormen van probleemoplossing ontstaan1. Dit is weer een prachtig voorbeeld van verschillende weging van belang van elementen in de mix. Er lijken zelfs voorkeurstijden op de dag te bestaan – samenhangend met onze bio-klok – die voordelig zijn voor de ene of de andere vorm van probleemoplossing2.

“Je leeft en maakt je eigen film.”

Waar het voor mij interessant wordt is het pragmatisch nut ervan. De frontale kwabben, die erg actief zijn bij het vormen van de verbeeldingen, zijn ook erg actief bij het ‘afspelen van scenario’s die voorkomen moeten worden’. Zoals al gezegd is een zeer belangrijk doel van het brein het voorkomen van doem en dood. Dus bestaat er een ‘appraisal system’ ofwel een systeem dat taxeert. Het kijkt naar wat zich afspeelt; als daarin herkenbare bedreigingen voorkomen, dan trekt het systeem een draaiboek uit een emotie database en gaat de film afspelen van dreiging die al eerder is geweest. Hier wordt het zeer fascinerend, want het blijkt dat we vrijwel altijd in zo’n filmpje zitten. Met andere woorden, alle informatie die binnenkomt bij het proces van waarnemen en cogiteren, wordt bewerkt voor we het ons bewust worden. En die werkelijkheid krijgen we voorgeschoteld. Vandaar ook dat iedereen letterlijk in z’n eigen werkelijkheid leeft; het is altijd een versie die subtiel tot radicaal afwijkend is van de werkelijkheid die we als input kregen. Als je als mens de ‘negativiteitsbias’ van het brein volgt, wordt je werkelijkheid steeds donkerder getint. Dreiging, emotie, verwachtingen en acties hebben allemaal hun eigen sets neuronen. Een belangrijk principe waar volgens het brein werkt: neurons that fire together wire together. Dus je leeft en maakt je eigen film, en als je dat passief ondergaat wordt het een film gestuurd door het negativiteitsbiasprincipe. Dus door je eigen toekomst te bedenken, kun je het brein ‘front loaden’ met materiaal dat je gaat helpen in de toekomst om voor jou belangrijke opportunities te herkennen en die te integreren in het verdere actieplan (dus input voor gerichte cognitie). Dit is geen sprookje.


PP: De scene uit The Fall die ik eerder beschreef is van een aflevering met de titel The Mind is its Own Place (S2E4), een citaat van John Milton, de zeventiende-eeuwse dichter en staatsman, die net als zijn tijdsgenoot Baruch de Spinoza, geen splitsing zag tussen lichaam en geest, maar die niettemin rekenschap gaf van de kracht van mentale processen waarin (fysieke) emoties en (mentale) cognitieve processen samen vele inzichten kunnen opleveren: de geest kan van de hemel een hel maken en van de hel een hemel, vervolgde Milton zijn aforisme. In combinatie met Fuseli’s schilderij, dat vaak wordt gezien als een voorloper van de (vaak duister fascinerende) droomlogica van het onbewuste (pas veel later door Freud en Jung tot wetenschappelijk inzicht verheven), maakt The Fall duidelijk hoe diep de drijfveren van het onbewuste onze perceptie, ons handelen, denken en voelen bepalen.

Als kind vroeg ik ooit aan de ontbijttafel aan mijn moeder of ze me kon vertellen wat eigenlijk het verschil was tussen een droom, een herinnering en een film. Mijn moeder is een pragmatisch mens, en antwoorde dat een herinnering echt is, maar een droom en een film niet. ‘Maar als je het hebt gezien, dan komt in je hoofd toch allemaal samen?’ wierp ik tegen, zonder te kunnen uitleggen wat ik precies bedoelde.

“Wanneer je alles over de zon weet, en alles over de atmosfeer en van de rotatie van de aarde, kun je nog steeds de schittering van de zonsondergang volledig missen.”

Ik ging Franse literatuur, filosofie en film studeren, die mij vaak levensreddende inzichten gaven (sorry voor de dramatische lading, maar ik meen het echt). En ik zie het als een voorrecht dat ik er mijn werk van heb kunnen maken, om nog steeds over deze vragen te kunnen nadenken, geholpen door al die tradities in de geesteswetenschappen en kunsten die ervaringen in woorden of beelden vertalen, om hierover met studenten in gesprek te gaan, te presenteren en te schrijven – ook al gaat er tegenwoordig evenveel tijd zitten in het verdedigen van het nut en noodzaak van de geesteswetenschappen en de kunst. Er zijn immers geen patenten op inzichten, ook al kunnen deze net zo effectief zijn als een medicijn of een apparaat. Maar bewijs dat maar eens.

En toch is het meer dan ooit nodig dat abstracte kennis en concrete inzichten aan elkaar worden gekoppeld. Een citaat van filmtheoreticus Siegfried Krakauer hierover wil ik graag delen. Hij schreef eind jaren vijftig een boek over de kracht van het fotografische filmbeeld, en de kracht van de esthetische ervaring. In Film in our Time citeert hij de natuurkundige en filosoof Alfred Whitehead, wanneer deze een pleidooi houdt om abstracte en concrete inzichten nooit los van elkaar te zien: “Wanneer je alles over de zon weet, en alles over de atmosfeer en van de rotatie van de aarde, kun je nog steeds de schittering van de zonsondergang volledig missen. Er is geen vervanging voor de directe perceptie van het concrete ding in zijn actuele gestalte.” De reden waarom film (en daarmee bedoel ik ook de ‘superfilms’ van al die talloze series die we tot ons kunnen nemen, en het hele spectrum van populaire tot experimentele cinema) nog steeds zo’n aantrekkelijke kunstvorm is, is precies die enorme concreetheid van de audiovisuele esthetiek, waarmee percepties van en inzichten in de buiten en binnenwereld kunnen worden vormgegeven.

Maar in vergelijking tot de plek van cinema in de jaren vijftig en zestig waarover Krakauer schreef, zijn de media met de digitalisering ook ingrijpend veranderd, en zullen er nog veel onvoorstelbare veranderingen volgen. Wat wij zien, weten, voelen en ervaren zal transmuteren en de werkelijkheid van (technologische gemediatiseerde) virtuele ervaringen vragen om nieuwe strategieën, die politiek van aard zijn, en ook een confrontatie met de waanzin aangaan.

Shutter Island, de film waar jij door van slag was, Steven, laat de confrontatie met de waanzin goed zien. De film is gesitueerd in de jaren vijftig, en verschillende trauma’s (persoonlijke trauma’s van het hoofdpersonage maar ook collectieve trauma’s van de Tweede Wereldoorlog) spelen een grote rol in het vertroebelen van werkelijkheid, herinnering en verbeelding, het virtuele heeft volledig de plaats ingenomen van het actuele – de hele film door zitten we in het hoofd van het hoofdpersonage, totdat we zien dat hij in een psychiatrische inrichting zit. Of toch niet? In ieder geval realiseren we ons door de film hoeveel kracht de verbeelding van de binnenwereld kan hebben, hoezeer het de werkelijkheid kan overnemen. En hoe belangrijk het is om dit op een of andere manier te kunnen communiceren aan anderen, om enig inzicht te krijgen in wat er binnen in iemands hoofd om kan gaan. Het is een belangrijke film. En ik durf ook te stellen dat film, televisieseries en (steeds beter en interessanter wordende VR) een belangrijke rol spelen in het vergroten van ons voorstellingsvermogen met betrekking tot wat ons brein kan doen.


DV: David Graeber herkent in The Utopia of Rules verschillende vormen van voorstellingsvermogen. De belangrijkste vindt hij de immanente, de alledaagse, die waarmee we ons hiërarchieën voorstellen, waarmee we autoriteiten bevestigen. Het is ook die verbeelding die aan de macht werd geroepen door de Situationisten, niet de fantasie.


SC: Over verbeelding is geassocieerd met hersenactiviteit. Er zijn z.g.n. ‘neurale ensembles’ (groepen zenuwcellen) die ooit geactiveerd zijn geweest door een primaire input, bijvoorbeeld een ananas en later een eekhoorn, en nog later een varkentje. De informatie van die neurale ensembles is opgeslagen in verschillende structuren in het brein. Zo weten we tegenwoordig dat specifieke beelden zijn op te roepen door het stimuleren van enkele cellen in de menselijke hippocampus. Zo is bij onderzoek bij verschillende mensen een ‘Jantje Smit cel’ gevonden. Ik heb dat onderzoek in de oorsprong meegemaakt in het ziekenhuis in Los Angeles waar ik destijds stage deed. Daar was het niet een ‘Jantje Smit cel’, maar de ‘Jenifer Aniston cel’3. Cultuurspecifiek dus ook nog. De informatie van deze ensembles kan op de één of andere manier aan elkaar geknoopt worden op een andere manier. Stel je voor: Jantje Smit ontmoet Jenifer Aniston in de duinen en ze zien een eekhoorn met een varkenskop jongleren met twee ananassen. Na het lezen van deze zin zit ie in je hoofd (passieve vorm van verbeelding) en nu vraag ik je alle hoofdrolspelers jouw favoriete liedje te laten zingen (actieve vorm van verbeelding). Het is een eigen in-house entertainment system. En die verbeelding is ook weer zo’n element dat bijdraagt aan de cognitie. ‘The sky is the limit’ is een limiet die je jezelf oplegt. To the mind there is no limit.


DV: Mensen die zeggen te zoeken naar een nieuwe taal bedoelen vaak: beelden. Van If You Are Not There, Where Are You? begrijp ik dat kinderen met absence epilepsie door samen te werken met een kunstenaar minder angstig worden over hun aandoening en dat dat al helpt. Een film, een VR-installatie of een gedicht kan ruimte overlaten aan de verbeelding en kan fantasie of visioenen communiceren. Een innerlijk beeld uit de droomwereld, de onderwereld of de sprookjeswereld kan – simpelweg doordat je het ziet – iets veranderen in je hersenen. Door te kijken verander je de wereld om je heen.


SC: Epileptische aanvallen: een voortdurend samenvuren van neuronen. Vandaar dat ‘aanvallen’ ook stereotype verlopen. Kunstenaars laten andere neuronen meevuren en veranderen dus iets in de neurale structuren waardoor de aanvalservaringen waarde krijgen. De kinderen kunnen daardoor trainen om op een andere manier met de aanvallen om te gaan, waardoor de belevingen in de toekomst zullen veranderen.


PP: Een van de films die voor mij een dergelijk ‘van de sokken geblazen–effect had, en die dagen en dagenlang in mijn hoofd bleef zitten (en uiteindelijk in een hoofdstuk van mijn proefschrift is beland) was Katherine Bigelows science fiction film Strange Days (1995). De film gaat over een ‘digitale ervarings-dealer’ die handelt in (illegale) virtuele ervaringen waarbij je via een headset een herinnering of ervaring van iemand anders direct in je eigen hoofd en lichaam kunt ervaren, zonder tussenkomst van een beeldscherm. De technologie in de film is niet ver van wat er nu allemaal beschikbaar is aan draagbare EEG headsets, gecombineerd met VR-brillen. Maar Bigelow stelt radicale vragen over de impact van directe breinstimulatie en neuro-perceptie, vragen over de grenzen van het subjectieve en objectieve waarnemen, en de vragen en inzichten die deze technologische mogelijkheden opwerpen over ons menszijn in een steeds meer omvattendere mediatisering van de wereld. Het zijn vragen die in series als Black Mirror ook regelmatig en in geupdate versie aan de orde worden gesteld, en die het noodzakelijk maken dat (neuro)wetenschappers, geesteswetenschappers en kunstenaars elkaar opzoeken om abstracte en concrete inzichten, kennis en ervaring bij elkaar te brengen.

  1. Salvi C, Bricolo E, Kounios J, Bowden E, Beeman M. Insight solutions are correct more often than analytic solutions. Think Reason. 2016 Oct 1;22(4):443–60. 

  2. Brueck H. The best time of day to do everything at work, according to science. Business Insider Nederland. 2018 (cited 2018 Nov 23). Available from: http://www.businessinsider.com/best-time-day-work-according-to-science-2018-5 

  3. Quian Quiroga R, Kraskov A, Mormann F, Fried I, Koch C. Single-Cell Responses to Face Adaptation in the Human Medial Temporal Lobe. Neuron. 2014 Oct 22;84(2):363–9.