Wat ik niet zei

Wanneer ik de schemer in de gang een plek
zie zoeken om neer te zinken waar niemand

op licht of donker wacht laat staan op iemand
en de tijd? de tijd een glimlach is die wel of niet

verschijnt op het gezicht van iemand die ik roep
haar dan roep haar naam mis in gedachten

verzonken langsglipt en alle mogelijkheden
die aan die ijle figuur ten grondslag liggen

glimmen de palingen die in de schemerpoel
wringen op zoek naar een uitgang uit dit huis

een leven de dood de mond die begint te praten
tegen een gerookte paling in de schappen

van de flakkerende supermarkt de adem
het plastic bewasemend een lome mannenstem

uit de intercom die mij dubbel laat betalen
omdat ik naast een streep parkeerde

en mijn woede die niet door de speaker past
om de man te laf lafbek om tevoorschijn te komen

de open mond van Margaret Thatcher
in een flits haar profiel scherp afgetekend

in een mondkapje in de berm van de snelweg
gesmeten afgedankt happend de paling

die de zee niet kan bereiken de dood
het dichtdoen van een deur om stemmen

kinderen? in de tuin te sluiten ben ik die schemer
die zinkt en wringt en nooit een rustplaats vindt.

(En de paling die in een put werd gegooid
groeide geen millimeter. Ze veroudert niet

weigert of kan zonder beweging niet deelnemen
aan wat wij het verstrijken noemen van de tijd.

Alleen haar ogen bollen in de loop der jaren op tot
schalen waarin ik mezelf zie opgediend.)

Wat de mond zoal tegen de gerookte paling zei

Mag ik even mijn voorhoofd aan je afvegen? Wat lig je
daar sereen. Kunnen we wel van de paling spreken

wanneer we weten dat jouw leven een voortdurende
metamorfose is? Een doorzichtig blaadje in aanvang

dat dobbert in de Atlantische Oceaan. Was je een eitje?
Een zaadje? Niemand zag je ooit ontstaan.

De diepten van het wier in de Sargassozee
zijn nooit door mensenogen waargenomen. Een gat

in ons weten dat een beschermd kennisgebied
zou moeten zijn. Of moeten we soms alles opensnijden?

Freud ontleedde duizenden mannelijke palingen
tevergeefs op zoek naar voortplantingsorganen. Wat

zijn frustratie veroorzaakte laat zich raden
of is dat gemakkelijk praten noem het maar makkelijk.

Jaren houd je je in de modder op totdat je begint
te verlangen naar je oorsprong of afgaat op het dichte

zout van de zee waar je oorsprong moet liggen.
Je kan een druppel angst in het IJsselmeer ruiken

dus waarom geen zouter zoutst. Nog drieduizend kilometer
naar het zout waar we vandaan komen en sterven. De zee

die geen vaste plek heeft maar dobbert als een teil
zonder wanden in de Atlantische Oceaan daar gaan we

met onze volgroeiende lichamen tot we opklappen
tegen een wand een sluis gemaal of dijk.

De eerste sluizenbouwers maakten palingtunnels. Nu
moeten we hopen op een visser die ons overzet.

(En de paling wacht niet.)

Wat er vervolgens gemompeld werd

Een vrouw en een kip brengt de pleuris
op een schip meldt de controleur opgewekt.

Ik ben welkom aan boord van de sloep
van de visser die de controleur aan het werk zet.

Hij schudt gestrande palingen uit fuiken
die de visser plaatste in het polderwater

en verzamelt ze in een teil. De palingen slaan
alle kanten op en glibberen over elkaar

om letterreeksen te vormen die ik niet kan lezen
tot ze plotseling ophouden met bewegen.

Begrijpen ze dat ze niet weg kunnen sparen
ze hun levenskracht? Ze liggen stil

langs de rand nog stiller. De teil besprenkeld
met schubben van zilveren visjes die spartelend

in het zoete water worden teruggekiept
een sterrenhemel op de bodem van de bak.

De controleur aait de wollen poten van een krab.
Wie of wat hij controleert is onbekend.

Ik sleur een paling aan haar staart. Niet te hard
knijpen dan glipt ze weg maar stevig genoeg

om duizenden gedobberde gezwommen kilometers
een toekomst in te slingeren op zee.

Zij maakt dat ze wegkomt. Zwem voor mij
hoor ik mezelf mompelen en zachter

voor ons allemaal. Ik zie haar als nieuw
sterrenbeeld aan de hemel staan.

(En wacht.)

Maria Barnas

Maria Barnas (1973) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Ze publiceerde onder meer de roman Altijd Augustus (2017) en dichtbundel Nachtboot (2018). Ze is redacteur van De Gids.

Meer van deze auteur