Besten, het is telkens hetzelfde liedje. Een overvloed aan spullen die symbool staat voor het overstuurde neoliberalisme. De wereld is een afvalbak en de mens consumeert zich kapot. Ik zie geen verschil in de rommel die zij verzamelt en de zogenaamde winst die zij maakt. Die winst is en blijft rommel. Het ontstijgt het banale niet. Zij zetten zich af tegen een geestelijke elite die in hun ogen de macht heeft en die misbruikt. Hebben zij daar gelijk in? Ik heb met veel interesse gekeken naar de teloorgang van de mens en ik kan mij heel goed voorstellen dat het verdwijnen van die mens op den duur voor wat problemen zal zorgen. De mensen maken het zichzelf niet gemakkelijk. Die willen veel. Veel te veel. Het organiseren en verzamelen van spullen en geld lijkt het allerbelangrijkste. De mens gebruikt daarbij verschillende technieken en materialen. Haar uitkomsten zijn eenduidig te noemen. Dat is precies wat de mens wil, begrijp ik. Waarom doet de mens zichzelf dit aan? De grondgedachten zijn bedacht door de mens, uitsterven is een term die zij zelf heeft bedacht. De mens ziet haar eigen concept daarbij dus als leidend en geeft het uitsterven vorm. Dit is problematisch. Het blijft een gesprek met haar spiegelbeeld. Er worden tijdens haar sterven weliswaar nieuwe stemmen gezocht om de discussie te verlevendigen en om haar voort te zetten, maar het afsterven van een lichaam met brein is een verre van academische bezigheid. Persoonlijk ervaar ik het niet als iets urgents of vernieuwends, dat sterven. Of is de behoefte tot sterven (en op den duur uitsterven) louter aanvulling op de existentiële leegte? Ach, er zijn in de poëzie veel betere dingen gedaan. De lezende mens sterft beetje bij beetje na het lezen van een goed gedicht. Dat is een filosofische vorm van sterven. De ware lezer stelt zich open en wordt een filosoof, iemand die een allesomvattend systeem zoekt waarmee de wereld beschreven kan worden. Het grote verschil tussen een doodnormaal mens en een filosoof is dat de eerste een herkenbaar beeld van de wereld zoekt waarin uitleg en herkenning de hoofdrol spelen en de tweede naar de waarheid zoekt. Anders gezegd, de eerste wil alles uitgelegd krijgen (anekdotisch) en de tweede wil zelf zoeken naar een verklaring (metafysisch). Ik vind het op zich nauwelijks een prestatie te noemen om van geld god te maken. Zij die dat geloof aanhangen zijn mensen die sowieso geïnteresseerd zijn in het laten verdwijnen van alle medemenselijkheid. Zij zijn een mooie aanvulling op de levende doden. De geïnformeerden, zij die er iets van proberen te maken hier op aarde, die hebben pech. Zij zijn in de minderheid en verrichten hun werk tevergeefs. Zij verzetten zich tegen de camp en kitsch die de meerderheid hun opdringt. Ach ja, camp en kitsch zijn tegenwoordig ook een vorm van kunst. Dat is waar. Die wansmaak kan vermakelijk zijn op z’n tijd, maar uiteindelijk is het de ernst die ontbreekt. Een gebrek dat uitdijt en waar geen controle over is. Het ontbreken van de ernst is een succesverhaal waar natuurlijkerwijs geen succes in te vinden valt. Het overkomt de stervende mensen en onderwijl spelen zij allen de onschuld, want een complexe kijk op de mens, daar koop je niks voor. De geïnformeerden zijn niet op zoek naar een eenduidig beeld van de werkelijkheid, zoals ik eerder schreef. Wat zij zien is daarom niet meteen te vatten. Een meerduidige wereld valt niet een-twee-drie te begrijpen – wel te lezen als een kritiek op en tegelijkertijd een herwaardering van de menselijkheid. Het biedt de mogelijkheid van een menselijke en levendige wereld. De geïnformeerden, die zielenpieten, stellen zich wat afstandelijk op door te zeggen dat de ander ingevoerd moet zijn (op een bepaald niveau) voordat deze toegang kan krijgen tot hun wereld. Dat zou je als stervende mens op kunnen vatten als een arrogante houding tegenover de ander. Is dat zo? Ik vind het eerder getuigen van ambitie. Zeker van een minderheidsgroep die veel te verduren krijgt. Haar irrelevantie wordt haar dag in dag uit ingewreven. Het heeft daarom iets dappers om strijd te leveren met afgedane zaken als liefde en vertrouwen. Die vermaledijde elite, zij die er iets van proberen te maken hier op aarde, bevraagt, in mijn ogen, de machtspositie van de doodseskaders van de ongeïnformeerden.

Homo sapiens

Stepan Lipatov

Michael Tedja (1971) is dichter, schrijver en beeldend kunstenaar. Hij publiceert kunstuitgaven en literaire boeken, te vinden in de bibliotheken van o.m. het MoMA, Princeton University, Harvard University, Centre Pompidou en University of Cape Town. In april 2021 verscheen zijn vierde roman, Meta is haar naam. In 2020 ontving hij de Jana Beranováprijs en onlangs won hij de Sybren Poletprijs voor zijn gehele oeuvre.

Meer van deze auteur